• jbanner1
  • jbanner2
  • jbanner3
  • jbanner4
  • jbanner5
  • jbanner6
  • jbanner7
  • jbanner8
  • jbanner9
  • jbanner9b
vuur.jpg
Vroeger, toen ik een meisje van rond de zeven / acht was, was ik heel vaak doodsbang. Ik dacht werkelijk dat ik ter plekke dood zou neervallen. Dat ik niet meer wakker zou worden als ik zou gaan slapen.

Mijn moeder bedacht iets prachtigs. We hadden een kachel, je weet wel, zo één met beroete glaasjes ervoor. 'Schrijf al je zorgen maar op dit briefje'. Ik deed dat, en samen gooiden we de briefjes, elke avond weer, in de kachel, ervoor wakend dat we ons zelf niet zouden branden.

Er zijn heel wat briefjes de kachel in gegaan. Het 'hielp niet', ik bleef nog lange tijd bang. Tot mijn moeder, de wanhoop nabij, zei: 'Nu weet ik het niet meer. Dan moeten we maar naar een psycholoog'. En blijkbaar was dat (toen) iets om nog banger van te worden, want, 'Nee!', dacht ik, 'dat nooit!'. En ik herpakte mezelf en nam, vol vuur, het stuur in eigen handen.

Ik werd ZELF het vuur dat mijn eigen angsten verbrandde. Dat was DE stap die gezet moest worden.

Mijn omgeving kan mij van alles aanreiken, maar wanneer ik het niet van binnen verteer zal het zijn zuiverende werk niet doen.