• jbanner1
  • jbanner2
  • jbanner3
  • jbanner4
  • jbanner5
  • jbanner6
  • jbanner7
  • jbanner8
  • jbanner9
  • jbanner9b
muur.jpg
Ik liep tegen de muur op. Ik voelde het en ik vond het niet fijn. Ik kende deze muur. Ik wilde dat er een deur in zat. En ik wilde de sleutel. Want ik vermoedde dat het achter die muur beter was. In ieder geval was die muur kil en hard en volgens mij heel dik. Dus wilde ik die niet voelen. Weg met die muur. Daarachter MOEST het wel beter zijn. Daarachter zou ik pas ontspannen, vol vertrouwen en vrij zijn.
Ik kon me ook niet meer omdraaien, ik kon niet meer terug, want daar was ook een muur. Die ik zelf gebouwd had, om de wereld DAARachter af te sluiten. Want daar wou ik niet meer zijn. Dus daar zat ik nu. Gevangen. Tussen twee werelden. Weg met die nieuwe, oude muur!

En ik duwde, en schopte, hakte, schreeuwde, schold en oordeelde. Ik keek, ik wachtte, ik oefende geduld. Ik negeerde, boog, hing, ik zuchtte, kermde en klaagde. Maar het leek wel of die muur dikker en dikker werd. Wanhopig, doodmoe ging ik zitten. Met mijn rug tegen de muur. Mijn lichaam deed pijn. Ik kon niet meer. Ik wou slapen. Slapen. Slapen. En nooit meer wakker worden.

Huh!

Wat zeg ik!

Nooit meer wakker worden?
Ik durfde juist NIET te gaan slapen omdat ik BANG was dat ik nooit meer wakker zou worden. Uit de wereld van de slaap. De wereld van onwetendheid. De wereld van overgave. De wereld van zacht en ontspannen. De wereld van licht en vrij en los, NEE,

De wereld van droom EN nachtmerrie. De wereld waar iemand maar zo toe kan slaan! En dan ben je niet voorbereid. Je moet voorbereid zijn! Om kwetsuur te voorkomen. Wie weet wat er kan gebeuren. Er hangt iets in de lucht, dus pas op! Wees waakzaam! Blijf alert!

'Dus bouwde je mij', fluisterde de muur me zachtjes in mijn oren.
'En mij dus ook', zei de tweede muur nonchalant.
'En mij', En mij', En mij....'

Zoveel muren. Gevangen tussen al die muren. Die allemaal het beste met me voor hadden.

Wat nu?

Ik sloot mijn ogen. Was ik maar Spiderman, ik slingerde me omhoog. Was ik maar een mol, ik kroop er onderdoor. Was ik maar de Koningin, ik verordonneerde mijn personeel de muren te slopen. Maar hé, ik had ze zelf gebouwd, en hoe oneindig waren ze? In hoogte en in aantal? Ik had geen idee, kon het van hieraf niet zien. Er was maar een weg: beginnen met deze muur.

'Dank je wel dat je me beschermt', zei ik. 'Hoe heb ik je eigenlijk gebouwd?'
'Met je gedachten', zei de muur.
Ik dacht na. 'Oke, dan denk ik je wat lager', zei ik. 'Tot ik over je heen kan kijken, want je bent wel overdreven hoog.'
'Klopt, je metselde er steeds een laagje bovenop, en ontnam jezelf het zicht. Niet zien bleek fijner, toen.'
'Wat wilde ik niet meer zien?'
'Dat waar je nu bent', zei de muur.
'Huh? Ik dacht dat er aan de andere kant wat gebeurt was? Waar ik van weggelopen ben'
'Nee joh, daar waar jij nu bent... dat zag je! En dat wilde je niet meer zien. Dus bouwde je mij. En liep daarvan weg. Bouwde een muur, en liep daarvan weg. Bouwde een muur en liep daarvan weg. En nu ben je weer hier. Nu kun je geen kant meer op'.
Ik keek eens om me heen. Daar waar ik nu was, was het krap, smal, eng, donker. Inderdaad niet fijn om op uit te kijken.
'Huh, ik snap het niet. Dit had ik toen toch nog niet gebouwd... Dit moest toch leeg en vrij en ruim zijn? Ik was hier nog niet geweest!'
'Nee, maar je ouders wel. Het was hun wereld die jij zag. Volgebouwd met muren. Krap, smal, eng, donker. En jouw kant, jouw wereld, lag nog voor je open.'
'Tjonge, ik heb er wel wat moois van gemaakt dan. En, o mijn God. Dit zien mijn jongens... Daar willen ze toch niet zijn. Ook zij hebben hun muurtjes al gebouwd, daar kun je op wachten! Zijn zij daarachter? Zijn ze er nog? Kun jij ze nog zien?'
'Ja. De een bouwt een muur, om de wereld van 'FOUT' achter zich te laten. De ander bouwt een muur, om de wereld van 'HEFTIG' achter zich te laten. Als je goed luistert hoor je ze'.
Mijn hart ging naar ze uit. Ik sloot mijn ogen. Ik hoorde ze. De lieverds... Kon de muur maar lager.. En toen werd het stil.

'He, Steef', hoorde ik. 'Kijk dat dan! Die muur die we gebouwd hebben daar wordt lager'.
'Da's gek. Kun jij er bij? Bouw'm weer hoger dan!'
'Nee joh, even wachten...'

'Toe maar', fluisterde ik tegen de muur. 'Rustig aan, zodat ze kunnen wennen. Zodat ze kunnen kiezen. En ik ook.'
En ineens zagen ze mij. Ik was bang dat ze meteen zouden gaan metselen, hun krachten in alle macht verenigend.

'He, mam, wat doe jij daar nou! Hoe laat eten we?'

Een beetje beschaamd stapte ik over de restanten van de muur, hen tegemoet. Misschien zijn het mijn kinderen die me de weg van liefde leren, bedacht ik. En hoef ik niet de hele weg terug. Een warm gevoel doorstroomde me. Ha. Daar was het. Weer. Ik dacht dat ik het kwijt was geraakt, maar had het al die tijd met me meegedragen. Ik sloeg mijn armen om hun middel.
'He, kleintje', zei de oudste lachend. En samen jonasten ze me naar huis.