• jbanner1
  • jbanner2
  • jbanner3
  • jbanner4
  • jbanner5
  • jbanner6
  • jbanner7
  • jbanner8
  • jbanner9
  • jbanner9b
b_768_0_16777215_00_images_schommelbank.jpg

Een scene uit het leven van een Vlammende Vrouw


(Sarah staat in de badkamer, haar handen grijpen om de wasbakrand. Haar hoofd is gebogen, haar hart pompt in razend tempo het bloed door haar lichaam. Een orkaan woelt rond in haar maag. Verwoed doet ze haar best haar ademhaling onder controle te krijgen. Ze zucht eens diep en werpt dan een blik in de spiegel)

'Sarah', (spreekt ze zichzelf in gedachten toe) 'het is genoeg geweest! Nu maak je een keuze! OF je pakt je koffers en vertrekt, OF ....

(Tja, OF wat??? Heeft ze inmiddels niet alles al geprobeerd? Heeft ze niet al gepraat. Uitgelegd. Uitgezocht. Gevoeld. Bedacht. Gedaan?? Maar telkens komt ze terug op hetzelfde punt. Het verlammende, verwoestende, vernederende punt van
Schreeuwen!
Verwijten!
Afschuiven!

Ze plenst water in haar gezicht en zakt op de grond, leunt tegen de badrand en steunt haar natte hoofd in haar handen.)

'Weet ik veel! De mogelijkheden zijn op! Was ik maar alleen. Had ik maar een huisje, klein, maakt niet uit, een plekje voor mezelf. Ik ben niet geschikt voor het gezinsleven. Ik kan het niet. Ik kan niet die moeder, die vrouw zijn, die vol aandacht, liefde, zachtheid, begrip, aanwezig is en luistert. En luistert.
En luistert.

Ik kan het niet!

(Ze slaat met haar vuist op de grond, bonzend, van buiten, van binnen. Zout mengt zich met zoet. Met de rug van haar hand doet ze een poging haar gezicht te drogen.)

'Een huisje, bij het water, met een veranda en een schommelstoel, en zwanen, vooruit, ook een paar zwanen. Zonder jong! Want anders kan ik niet gaan zwemmen. Schommelen, en schommelen, en wiegen en kijken en luisteren en stil en de zon, en de wind, een briesje, en stil en weids en ruim en adem. Neuriƫn. Zingen. Galmen over het water. Hertjes die verbaasd hun kopjes uit het struikgewas oprichten, egels uit hun winterslaap, vogels die verbaasd een deuntje meefluiten. Een sprookje ..
Ver van hier. Ver van de werkelijkheid'.

(Nee. Toch dichtbij. Sarah's adem is gekalmeerd, haar hart wat rustiger, haar gezicht bijna droog. Tijd heeft ze nodig! Een adempauze! Ze staat op, zoekt haar wandelschoenen en roept, haar armen in de mouwen van haar jas stekend)

'Ik ga even wandelen. Een uurtje. Tot straks!'

(Haar voeten in een vaste cadans, handen in de zakken, overdenkt ze haar mogelijkheden.)

'Dat wil ik, leven vanuit Dat Wat Kan. Mijn keuzes NIET laten bepalen door dat wat mogelijk NIET mogelijk is.

In mijn eentje leven: Dat Kan ik!
Geld verdienen voor mezelf? Dat Kan ik!
Sorry zeggen? Dat Kan ik!
Luisteren? Dat Kan ik!
Praten? Dat Kan ik!
OpNieuw contact zoeken? Dat Kan ik!
Mezelf wiegen? Dat Kan ik!

(en ze nestelt zich, na een heerlijk rondje om de stad, op de schommelbank, achterin haar tuin. En schommelt, schommelt en schommelt. Zoekt met haar ogen contact met binnen. Haar man komt, met twee koppen koffie in de hand naar buiten, geeft haar de ene, gaat naast haar zitten. Schommelt mee. Schommelt mee. Schommelt mee. Zij kunnen dat! Handen zoeken elkaar. Vingers verstrengelen.)

'Sorry'.